India | De scholenhype


Wanneer je een reis hebt gemaakt door een land in ontwikkeling, zoals India, zul je het vast wel eens hebben meegemaakt of ondernomen: een bezoek aan een schooltje.

Hoe kan het ook anders...

Veel mensen, zoals ik, doen het om een andere dimensie aan hun reis te geven en om van dichtbij kennis te maken met (relatieve) armoede, ontwikkelingssamenwerking in de praktijk en gewoon ervaring op te doen. Ik had het privilege om in dit geval hartelijk verwelkomd te worden en de mogelijkheid om (hopelijk) een flinke bijdrage aan de plaatselijke ontwikkeling in het schooltje te geven (Ashray Social Centre in de sloppenwijk Nagwa, Varanasi). Ik had het geluk om hier een groep mensen te treffen die extreem goed konden luisteren, mijn ideeën en inbreng konden beoordelen maar ook kritisch konden zijn. Oftewel: we waren aan elkaar gewaagd. (Indiërs staan erom bekend dat ze hun gasten als een soort godheid behandelen en één en al respect zijn, oftewel hun eigenwaarde en vermogen tot kritiek totaal uit het oog verliezen).

De laatste jaren is het in India bijzonder goed gegaan met de ontwikkeling/ groei van scholen. D.w.z. dat inmiddels in de stedelijke gebieden een geschatte 80% (of meer????) van kinderen onder de 12 jaar naar school gaat. Hoewel nog steeds het grootste deel uit (gratis) staatscholen bestaat (met belachelijk slecht onderwijs), is er ook een groeiende groep privé-scholen en heeft men er steeds meer voor over om de kinderen goed onderwijs te laten genieten.

Oftewel: mogelijkheden genoeg om schooltjes te bezoeken! Het lijkt de laatste jaren bijna een hype geworden. Zelfs de Lonely Planet ‘waarschuwt’ toeristen regelmatig voor kinderen die je vragen hun school te sponsoren. Een bekend plaatsje hiervoor blijkt Bodhgaya te zijn, waar ook ik gevraagd werd door een groepje leeftijdgenoten. Het bleken studenten die op vrijwillige basis – samen met een Nederlandse vriend die ik eerder had ontmoet – een klein schooltje hadden opgericht om – heel basaal – onderwijs te geven aan de allerarmsten uit de regio, vooral van het platteland. Een prachtig initiatief, en de vraag of ik hun schooltje kwam bezoeken, kon ik natuurlijk niet weigeren... ik was geboeid door hun enorme ambities, hun doorzettingsvermogen om onder zulke primitieve omstandigheden (een oude, leegstaande kliniek) en zonder enig officieel lesprogramma, een groep van ca. 80 kinderen ‘bij de les’ te houden en er ook nog eens voor te zorgen dat ze dagelijks terug zouden keren.

Toen ik wat later op de dag met deze groep jongens in gesprek kwam, ontdekte ik dat bijna wekelijks buitenlanders hier langskwamen om een bezoekje te brengen, om te kijken hoe alles hier in zijn werk ging en – af en toe – om iets te doneren.

En dit schooltje in Bodhgaya was bepaald geen uitzondering. Hier was een heuse trend aan de gang. Het is duidelijk dat geld overmaken naar een goed doel tegenwoordig niet meer genoeg is – mensen willen steeds meer met eigen ogen zien, en eigenhandig bijdragen. Een prachtige ontwikkeling, een mooie manier om te zien waar het geld naar toe gaat en een gelegenheid om meer van de wereld om ons heen te zien. Zo lijkt het tenminste. Is het een ego wat gestreeld moet worden of is het oprechte zorg voor de medemens? Dat is maar de vraag, maar wat vaststaat is dat de plaatselijke bevolking (lees: het schooltje) er niet altijd mee is geholpen.

Stel je eens voor: je bent leraar op een Nederlandse school waarop de kwaliteit van het onderwijs nog niet veel voorstelt. Bijna dagelijks krijg je een groepje buitenlandse bezoekers die de taal van de kinderen niet spreekt. Heb jij het er voor over om ze elke dag weer rond te leiden en daardoor kostbare lestijd voor de kinderen en kwaliteit van onderwijs te verliezen? Waarschijnlijk niet.

Een ander soort mensen doet graag vrijwilligerswerk op diezelfde schooltjes. Een vorm van hulp die iets dieper gaat en die het ego nóg iets meer streelt. Het gaat zelfs zo ver dat door deze explosie van ‘duurzaam reizen’, al verschillende touroperators uit grond zijn geschoten om aan de groeiende vraag tegemoet te komen. En dan komt natuurlijk de kritisch vraag” ‘Wil je vissen, of geef je ze liever een hengel?’ en àls je wilt vissen (lees: lesgeven of ander concreet werk...?...), hoe nuttig kun je dan zijn voor de lokale bevolking, indien je een beperkte kennis hebt van hun cultuur en wellicht helemaal geen kennis van hun taal?

           

  • Het is de vraag: waar leg je de grens tussen vissen en de hengel geven?
  • Is lesgeven vissen?
  • Is geld geven, equivalent aan de hengel geven?... nee, maar wat dan wel?...

We zouden voorzichtig kunnen concluderen dat dit soort ‘vrijblijvend vrijwilligerswerk’ lang niet altijd een verrijking hoeft te zijn voor die plaatselijke bevolking, om de simpele reden dat het hybride, hi-tech hengeltje niet voor de wilde, zware vis geschikt is, of simpelweg omdat er taal- en cultuurverschillen in de weg staan.

Alternatief: wat nu? Wat zou er gedaan kunnen worden?

Last update: 28 august 2006
©2005-2006 Christopher Baan